Bedrijfsopvolging: bezitseis per onderneming toetsen!

De Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde onlangs dat de bezitseis per onderneming moet worden getoetst. De bezitseis is een van de eisen van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in schenk- en erfbelasting. De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten maken het fiscaal gunstig om een onderneming over te dragen aan een volgende generatie. De uitspraak van de rechtbank verduidelijkt de voorwaarden van de regeling. Wij zetten de regelingen en de gevolgen van deze uitspraak graag op een rij.

 

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten omvatten in feite een tweetal regelingen: één voor de inkomstenbelasting en één voor de schenk- en erfbelasting. Deze twee regelingen maken een fiscaal gunstige overdracht van een onderneming naar een volgende generatie mogelijk. Bij een dergelijke overdracht kan in veel gevallen een heffing van ong. 40% worden verlaagd naar max. 3,4%. Deze twee regelingen kennen verschillende voorwaarden, waaraan moet worden voldaan. De belangrijkste voorwaarden voor de beide regelingen zijn de volgende:

  1. Materiële onderneming: er moet sprake zijn van een ‘werkelijke’ onderneming; een rokende schoorsteen. Deze voorwaarden geldt voor zowel de inkomstenbelasting als voor de schenk- en erfbelasting.
  2. Dienstbetrekkingseis: de bedrijfsopvolger moet reeds 36 maanden werkzaam zijn binnen de onderneming. Deze voorwaarde geldt alleen voor de faciliteit in de inkomstenbelasting.
  3. Bezitseis: de onderneming moet ten minste 5 jaar in bezit zijn. Deze voorwaarde geldt alleen voor de faciliteit in de schenk- en erfbelasting.
  4. Voortzettingseis: de onderneming moet ten minste 5 jaar worden voortgezet door de bedrijfsopvolger. Deze voorwaarde geldt alleen voor de faciliteit in de schenk- en erfbelasting.

Als aan al deze voorwaarden wordt voldaan, bestaat recht op de volledige bedrijfsopvolgingsfaciliteiten.

 

Uitspraak rechtbank

In de casus die voorlag bij de Rechtbank Zeeland draaide het om een schenking van ouders aan hun zoon. De schenking bestond uit een 100%-belang in een holdingmaatschappij. De holding bezat op haar beurt een 100%-belang in een dochtermaatschappij en middels een vennootschap onder firma (vof) een 50%-belang in een andere dochtermaatschappij. De andere 50% van de aandelen waren al in het bezit van de zoon, middels een vof. In het geschil is of de bedrijfsopvolgingsfaciliteit ook van toepassing is op deze belangen die worden gehouden door de holding. Daarbij was de specifieke vraag of de bezitseis van vijf jaar alleen van toepassing is op de aandelen in de holding of dat ook moet worden doorgekeken naar de periode dat de onderliggende belangen in bezit zijn.

Rechtbank Zeeland oordeelde dat de bezitseis voor elke objectieve onderneming dient te worden bekeken. Dit betekent dat de indirecte belangen zelfstandig dienen te voldoen aan de bezitseis van vijf jaar. Volgens de rechtbank is dit namelijk expliciet de bedoeling van de wetgever geweest. Wij onderschrijven dit oordeel van de rechtbank. Ook volgens ons is het van belang om niet naar vennootschappen te kijken, maar geldt voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten dat naar de materiële ondernemingen zelf moet worden gekeken en de voorwaarden van de faciliteiten op die ondernemingen moet worden toegepast. Dit betekent dat een ‘doorkijk’-benadering moet worden gevolgd.

 

Afsluitend

Denkt u na over een bedrijfsopvolging, maar wilt u de mogelijkheden eens verkennen? Wij denken mee om een oplossing te vinden die precies aansluit bij uw specifieke wensen voor een bedrijfsopvolging. Er zijn namelijk tal van mogelijkheden om een bedrijfsopvolging te realiseren.

Neemt u voor vragen gerust contact met ons op.

 

Meer informatie?

Martijn van der Kroon
+31 (0) 6 11 51 03 85
martijn.vanderkroon@cb-more.com

Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?

Neem contact op
Deze website maakt gebruik van cookies.
Annuleren