Akkoord medisch-specialistische zorg en gevolgen voor de zorgvrijstelling

Op 4 juni 2018 is het ‘Bestuurlijk akkoord medisch-specialistische zorg 2019 t/m 2022’ definitief geworden. In dit akkoord zijn de afspraken omtrent de ontwikkeling en financiering van medisch-specialistische zorg op hoofdlijnen vastgelegd. Wij lichten graag toe welke fiscale impact dit besluit kan hebben.

 

Inhoud van het akkoord

Samenvattend committeren partijen zich aan de gewenste transformatie naar de juiste zorg op de juiste plek. Het rapport ‘De Juiste Zorg op de Juiste Plek – wie durft’ (april 2018) van de gelijknamige Taskforce fungeert hierbij als een belangrijke inspiratiebron. Het gaat erom goed functioneren te bevorderen (preventie) en in geval van ziekte de gevolgen daarvan te beperken en zo mogelijk te keren (via ondersteuning, begeleiding en behandeling).

Het vormgeven van deze transformatie in de praktijk vraagt om commitment van mensen zelf, van zorgprofessionals en hun organisaties en van de inkopers van zorg en ondersteuning. Deze transformatie heeft als effect: i) het voorkomen van (duurdere) zorg; ii) het verplaatsen van zorg; (dichter) bij mensen thuis als dat kan dan wel verder weg (geconcentreerd) als het omwille van de kwaliteit en doelmatigheid moet; en iii) het vervangen van zorg door andere zorg, zoals e-health, met een gelijkwaardige of betere medisch-inhoudelijke kwaliteit van de zorg.  Kortom; om de zorg in de toekomst betaalbaar te houden, moet de focus verschuiven van genezing en verpleging naar gezondheid en gedrag.

Een ander onderdeel van het bestuurlijk akkoord betreft de verdere overheveling van extramurale geneesmiddelengroepen naar de medisch specialistische zorg. Met het overhevelen van geneesmiddelengroepen wordt zowel het vergroten van de kwaliteit en doelmatigheid van de zorg nagestreefd, als het bereiken van een realistische besparing in de vorm van een macro-budgettaire korting.

Beide ontwikkelingen kunnen belangrijke gevolgen hebben voor zorginstellingen voor de toepassing van de zorgvrijstelling voor de vennootschapsbelasting.

 

Toepassing vrijstelling vennootschapsbelasting voor de zorg

Zorginstellingen zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting wanneer de werkzaamheden van de instelling voor 90% of meer bestaan uit het genezen, verplegen of verzorgen van zieken. De ingezette focusverschuiving van traditionele zorg naar het voorkomen van zorg (preventie) valt niet onder ‘genezing en verpleging’ zoals genoemd in de vrijstelling.

De staatssecretaris van Financiën heeft in een besluit aangegeven of bepaalde werkzaamheden naar zijn mening wel of niet kwalificeren als zorg. Hij merkt daarin expliciet op dat activiteiten die zijn gericht op preventie van ziekte niet onder het begrip ‘genezing en verpleging‘ van de zorgvrijstelling vallen. De staatssecretaris gaat voor de vrijstelling uit van het traditionele begrip zorg, de zogenoemde (‘eigen) handen aan het bed’.

Dit zorgbegrip sluit niet meer aan bij het nieuwe perspectief op zorg. Belangrijk is daarom te realiseren dat een ontwikkeling van preventiewerkzaamheden invloed kan hebben op de toepassing van de zorgvrijstelling.

 

Verkoop geneesmiddelen niet als zorg gekwalificeerd

In het bestuurlijk akkoord zijn afspraken vastgelegd over de verdere overheveling van extramurale geneesmiddelen naar de medisch specialistische zorg. Vastgelegd is dat het Ministerie van VWS in 2018 een plan opstelt waarin staat welke geneesmiddelengroepen het betreft en in welk tempo deze worden overgeheveld. Gestreefd wordt naar een eerste, zorgvuldig uitgevoerde overheveling per 1 januari 2019.

De verkoop van medicijnen door een apotheker kwalificeert volgens de staatssecretaris van Financiën niet als zorg. De verdere overheveling van extramurale geneesmiddelen kan daarom het aandeel niet-zorgwerkzaamheden vergroten. Ook hier geldt dat het bestuurlijk akkoord invloed kan hebben op de toepassing van de zorgvrijstelling voor de vennootschapsbelasting.

 

Alles of niets

De vrijstelling voor de zorg is een alles of niets vrijstelling. Indien 10% of meer van de werkzaamheden niet kunnen worden aangemerkt als zorg, vervalt de volledige vrijstelling. Dus in dat geval vervalt de vrijstelling ook voor de traditionele zorgactiviteiten. De toetsing van 90% van de werkzaamheden kan plaatsvinden op basis van bijvoorbeeld fte’s, omzet en/of winst. Het is dan ook van belang de activiteiten die niet als zorg kunnen kwalificeren zodanig te structuren dat de zorgvrijstelling voor de traditionele zorgactiviteiten niet in gevaar kan komen. Wij kunnen uw situatie beoordelen, waarbij we aandacht besteden aan de vragen: komt uw vrijstelling in het geding, welke stappen kunnen worden genomen om de vrijstelling zeker te stellen en is de vrijstelling wellicht (nog) beter te benutten.

Tevens zouden wij het logisch vinden om voor het zorgbegrip in de vrijstelling voor de vennootschapsbelasting aan te sluiten bij de ontwikkelingen in de zorg en tevens preventieve werkzaamheden mee te nemen in de vrijstelling. Dit kan de huidige onzekerheid in de sector over de toepassing van de vrijstelling wegnemen.

Mocht u over dit onderwerp vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op.

 

Meer informatie?

Connie Roozen
+31 (0) 6 51 22 64 04
connie.roozen@cb-more.com

Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?

Neem contact op
Deze website maakt gebruik van cookies.
Annuleren