Prinsjesdag 2017 – wat gaat er veranderen?

Het Belastingplan 2018 is gisteren op Prinsjesdag bekend gemaakt. Vanwege de formatie is dit Belastingplan beleidsarm. De verwachting is dat het nieuwe kabinet nog verschillende wijzigingen en aanvullingen zal doen. Wij informeren u graag over de belangrijkste wijzigingen uit het Belastingplan.

Particulieren

Huwelijksgoederenregime en schenking

Bij het aangaan of wijzigen van het huwelijksgoederenregime is thans vaak de vraag of sprake is van een schenking: bevoordeelt de ene echtgenoot de andere? Dit geldt ook bij een geregistreerd partnerschap en notarieel samenlevingscontract.

Om deze onzekerheid weg te nemen wordt een wettelijk regime ingevoerd. Op basis van dit regime is geen schenking aanwezig, indien de minstvermogende partner niet gerechtigd wordt tot méér dan 50% van het vermogen of als het vermogen van de meestvermogende partner nog verder toeneemt. Wordt hieraan niet voldaan, dan wordt het meerdere als schenking aangemerkt.

Echter, indien aan deze voorwaarden wordt voldaan, maar het aangaan of wijzigen van het regime wordt gesloten met als hoofddoel het ontgaan van schenk- of erfbelasting, wordt over de gehele vermogensovergang schenk- of erfbelasting geheven.

 

Heffingskorting buitenlands belastingplichtigen

De heffingskortingen voor bepaalde buitenlands belastingplichtige wordt beperkt. Op basis van Europees recht hebben EU/EER-inwoners die 90% of meer van hun inkomsten in Nederland verdienen recht op alle heffingskortingen, halen zij dit criterium niet dan geldt alleen het belastingdeel (en niet het premiedeel) van de heffingskortingen. Voor niet EU/EER-inwoners gelden de heffingskortingen in het geheel niet. De loonbelasting wordt nu in lijn gebracht met deze uitgangspunten. Deze maatregel gaat per 1 januari 2019 in.

 

Wijzigingen in tarieven, heffingskortingen en dergelijke

Zoals ieder jaar, worden ook dit jaar weer tal van wijzigingen aangebracht in de tarieven, heffingskortingen en dergelijke. Al deze aanpassingen zijn beperkt, waarmee geen duidelijke beleidswijzigingen worden ingezet. Gezien de demissionaire status van het kabinet, was dit ook niet te verwachten.

 

Overige maatregelen

Wij stippen een aantal overige maatregelen kort aan:

  • Verlenging multiplier culturele giften: De multiplier voor aftrek van giften aan culturele instellingen wordt verlengd tot 1 januari 2019. De regeling is geëvalueerd, maar een nieuw kabinet zal beslissingen hierover nemen.
  • Afschaffing tijdklemmen kapitaalverzekering: De tijdklemmen voor verschillende kapitaalverzekeringen zijn vorig jaar vervallen. Bij beleidsbesluit golden de tijdklemmen ook niet meer voor kapitaalverzekeringen onder het ‘oude’ Brede Herwaarderingsregime. Dit wordt nu wettelijk vastgelegd.
  • Aanpassing partnerbegrip: personen onder 27 voor wie een pleegzorgvergoeding of kinderbijslag wordt ontvangen kwalificeren soms als partner. Dit is onwenselijk. De mogelijkheid wordt gecreëerd om op verzoek niet als partner te kwalificeren.
  • Verlening vrijstelling pleegvergoedingen: in afwachting van een evaluatie wordt de vrijstelling voor pleegvergoedingen tot 1 januari 2019 verlengd.
  • Aanslag en navordering schenkbelasting: De mogelijkheid wordt gecreëerd om een navorderingsaanslag op te leggen, indien een corresponderende aanslag moet worden verminderd. Op die manier kan een verkrijging niet meer tussen wal en schip vallen. Daarnaast wordt de termijn om een aanslag op te leggen verlengd, indien de aangifte buiten de termijn wordt gedaan, zodat de mogelijkheid om een aanslag op te leggen bestaat.
  • Toeslaginkomen en 10%-regeling: De 10%-regeling die in 2012 is afgeschaft wordt opnieuw ingevoerd. Deze regeling betekent dat een inkomensstijging van een voormalige fiscaal partner op verzoek buiten aanmerking blijft bij de bepaling van het toetsingsinkomen indien dit inkomen hierdoor 10% of meer stijgt.

Ondernemingen

Aanpassing dividendbelasting en buitenlands aanmerkelijk belang

Zoals al aangekondigd was, worden de dividendbelasting op enkele punten gewijzigd. Het gaat om een uitbreiding van belastingplicht voor zogenoemde houdstercoöperaties, een vrijstelling van dividendbelasting in verdragssituaties en de wijziging van anti-misbruikmaatregelen.

Houdstercoöperaties

Houdstercoöperaties worden verplicht om dividendbelasting in te houden, indien een of meer leden ten minste gerechtigd zijn tot 5% van de winst of liquidatieopbrengsten. Van een houdstercoöperatie is sprake indien de feitelijke werkzaamheden voor 70% of meer bestaan uit het houden van deelnemingen of het (in)direct financieren van verbonden lichamen. Een uitzondering bestaat echter, indien de houdstercoöperaties voldoende activiteiten (substance, zoals kantoor, personeel e.d.) in Nederland heeft dat zicht bezighoudt met de deelnemingen.

Vrijstelling dividendbelasting

De vrijstelling in de dividendbelasting wordt uitgebreid voor kwalificerende belangen in de BV/NV en houdstercoöperatie (en andere in Nederland gevestigde lichamen). Voor deze belangen gaat een vrijstelling van de inhoudingsplicht van dividendbelasting gelden, indien de betreffende aandeelhouder gevestigd is in de EU, EER of in een land waarmee Nederland een belastingverdrag heeft gesloten met een bepaling over dividenden.

Een belang in een in Nederland gevestigd lichaam kwalificeert, indien in binnenlandse verhoudingen de deelnemingsvrijstelling van toepassing zou zijn. Ter verduidelijking: zelfs als het belastingverdrag een reductie tot 5% geeft, zou onder deze nieuwe vrijstelling de dividendbelasting volledig vervallen. In aanvulling hierop, wordt een anti-misbruikmaatregel ingevoerd, die wij hieronder bespreken.

Anti-misbruikmaatregel

De voornoemde vrijstelling geldt niet, indien de moedermaatschappij het belang in de in Nederland gevestigde vennootschap houdt met als belangrijkste reden (of een van de belangrijkste redenen) om dividendbelasting te ontwijken (subjectieve toets) én als de structuur of transactie kunstmatig is (objectieve toets). Een structuur is niet kunstmatig, indien daaraan zakelijke overwegingen ten grondslag liggen.

Van belang voor de kunstmatigheid van een structuur is mede of er voldoende substance is. Deze vereisten zullen worden aangepast. In aanvulling op de huidige vereisten zou een buitenlandse tussenholding ten minste € 100.000 meten verlonen, een kantoor en eigen bedrijfsmiddelen moeten hebben en gebruiken voor haar functie. Het wetsvoorstel gaat in op 1 januari 2018, maar kent voor deze substance-vereisten een overgangsperiode van 3 maanden.

 

Btw-tarief bij zeeschepen

Volgens de Europese Commissie is het huidige bereik van het nultarief voor de levering van en aan zeeschepen in Nederland te ruim. Het wetsvoorstel stelt voor om de Nederlandse regeling aan te passen aan de bewoordingen van de Btw-richtlijn: het nultarief geldt alleen nog indien het zeeschip  voor 90% of meer daadwerkelijk wordt gebruikt voor de vaart op volle zee. Deze maatregel zal met name gevolgen hebben voor schepen die voor een deel niet op volle zee worden gebruikt, zoals bijvoorbeeld veerdiensten op de Waddenzee en Commercial Cruising Vessels.

 

Aanpassing renteaftrekbeperking antiwinstdrainage

Naar aanleiding van arresten van de Hoge Raad wordt de renteaftrekbeperking van antiwinstdrainage (art. 10a VPB) aangepast. Deze renteaftrekbeperking kent een dubbele zakelijkheidstoets, waarbij de zakelijkheid van de rechtshandeling en van de schuld aangetoond moet worden om rente toch af te kunnen trekken. De Hoge Raad oordeelde eerder dit jaar dat indien de schuld indirect van een derde partij was geleend, voldaan was aan de zakelijkheidstoets voor de schuld. Het wetsvoorstel past deze voorwaarde nu aan: ook bij een schuld die indirect van een derde partij is geleend, moet niettemin de zakelijkheid worden aangetoond.

 

Verliesneming vorderingen en fiscale eenheid

Indien een vordering niet meer volwaardig is, kan deze in beginsel worden afgewaardeerd van de winst. Dit betekent over het algemeen dat de schuldenaar ook een verlies heeft geleden. In bepaalde situaties waarbij werd doorgeleend met een fiscale eenheid betekende dit in feite dat hetzelfde verlies tweemaal in aftrek werd gebracht: bij de schuldenaar als verlies en bij de schuldeiser als afwaardering. Dit wordt nu aangepast: de afwaardering is in die gevallen niet meer aftrekbaar.

 

Liquidatieverliesregeling

Ook de liquidatieverliesregeling wordt aangepast. Het gaat hier om twee technische punten. Het eerste punt hangt samen met voornoemde vorderingen: in die gevallen wordt tevens bepaald dat dubbele verliesneming niet alsnog via de liquidatieverliesregeling mogelijk is.

De tweede aanpassing betreft de mogelijkheid om een tussenhoudster te ontvoegen uit een fiscale eenheid en daarna te liquideren, waardoor een hoog liquidatieverlies kan worden geclaimd doordat de dochtervennootschap nog tegen kostprijs wordt gewaardeerd (maar de waarde al veel lager is). Na deze wetsaanpassing zal bij vaststelling van het opgeofferde bedrag van de tussenhoudster rekening worden gehouden met de werkelijke waarde van de dochter.

 

Vergoedingen tussen fiscale eenheid en vaste inrichting

De regeling voor het in aanmerking nemen van vergoedingen binnen een fiscale eenheid met een buitenlandse vaste inrichting worden aangepast. Op basis van de huidige regeling bestaat er een mismatch tussen de wereldwinstberekening en de berekening voor de objectvrijstelling, waardoor de vergoeding effectief dubbel in aftrek kan worden gebracht. Voor financieringskosten was al eerder bepaald dat dit niet meer mogelijk was. Deze bepaling gaat nu ook gelden voor andere vergoedingen, zoals royalty’s, huur- en leaseopbrengsten.

 

Country-by-country reporting

Omdat niet alle landen tegelijkertijd deze maatregelen hebben ingevoerd, heeft de OESO-bepaald dat landenrapporten ook in het land van de uiteindelijke moedermaatschappij mogen worden ingediend. De Nederlandse wetgeving kende deze mogelijkheid nog niet. Dit wordt nu aangepast.

 

Uitsluiting FBI van inhoudingsvrijstelling dividendbelasting

De FBI wordt alsnog uitgesloten van de inhoudingsvrijstelling dividendbelasting die per 1 januari 2018 zou ingaan. Men verwacht dat die inhoudingsvrijstelling niet goed zou werken voor FBI’s. Dit betekent dat de huidige systematiek blijft bestaan, waarbij FBI’s een afdrachtvermindering van dividendbelasting kennen.

 

Verlaging Energie-investeringsaftrek (EIA)

Na de verlaging vorig jaar gaat ook dit jaar de EIA verder omlaag. De aftrek wordt 0,5% verlaagd tot 54,5%.

 

Geen fictieve dienstbetrekking niet-uitvoerende bestuurder

In 2017 is de fictieve dienstbetrekking voor de commissaris afgeschaft. Om de ongelijkheid met niet-uitvoerende bestuurders (bij beursvennootschappen) op te heffen, wordt nu ook de fictieve dienstbetrekking van niet-uitvoerende bestuurders afgeschaft. Wij merken op dat ook voor deze bestuurders de opt-in mogelijkheid blijft bestaan, zoals ook bij commissarissen mogelijk is. In bepaalde situaties kan dit fiscaal gunstig zijn.

 

WBSO – afdrachtvermindering speur- en ontwikkelingswerk

Om de administratieve lasten voor belastingplichtigen te verminderen, wordt het vanaf volgend jaar mogelijk om aan de RVO voor alle in een jaar afgegeven S&O-verklaringen gezamenlijk de bestede uren en gemaakte kosten in één keer door te geven, in plaats van per S&O-verklaring.

 

Afschaffing landbouwregeling

Zoals al vorig jaar al was aangekondigd, wordt de landbouwregeling afgeschaft. In de praktijk maakten steeds minder ondernemingen al gebruik van de landbouwregeling. In het kielzog wordt ook het lage tarief voor verschillende goederen en diensten die aan landbouwers worden geleverd afgeschaft.

 

Overige maatregelen

Afschaffen inkeerregeling

Zoals al was aangekondigd, zal de zogenoemde inkeerregeling worden afgeschaft. De inkeerregeling geldt onder andere voor de inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting en de toeslagen. Op dit moment wordt over de afgelopen 2 jaar geen boete opgelegd bij inkeer. Deze regeling wordt afgeschaft. De vrijwillige verbetering (inkeer) blijft wel aanleiding om boetes te matigen. Op basis van overgangsrecht blijft de inkeerregeling van toepassing op aangiften die vóór 1 januari 2018 gedaan moeten zijn.

 

Verhoging kansspelbelasting en aangiftetijdvak

De kansspelbelasting wordt tijdelijk verhoogd van 29% naar 30,1% in verband met het uitstel van het wetsvoorstel inzake kansspelen op afstand. De verhoging stopt 6 maanden nadat dit wetsvoorstel in werking is getreden.

Verder wordt het aangiftetijdvak veranderd. Een loterij mag per maand of per kwartaal aangifte gaan doen, in plaats van dat binnen een maand na uitbetaling aan de speler.

 

Aanscherping definitie geneesmiddelen

Vanaf 2018 wordt de definitie van geneesmiddelen aangescherpt. Dit betekent dat alleen nog middelen waarvoor een (parallel)handelsvergunning onder de Geneesmiddelenwet is afgegeven als geneesmiddel kwalificeren. Enkel deze producten kunnen gebruik blijven maken van het verlaagde btw-tarief.

 

Tijdelijke verhoging energiebelasting

Om te voldoen aan het Energieakkoord worden de energiebelastingtarieven voor aardgas en elektriciteit, het blokverwarmingstarief en de verlaagde aardgastarieven voor de glastuinbouw in 2018 en 2019 verhoogd.

 

Meer informatie?

Martijn van der Kroon
+31 (0) 6 11 51 03 85
martijn.vanderkroon@cb-more.com

Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?

Neem contact op
Deze website maakt gebruik van cookies.
Annuleren