Hoge Raad: herinvesteringsreserve ook bij verkapte winstuitdeling

Afgelopen vrijdag heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de herinvesteringsreserve ook kan worden toegepast over het bedrag van een winstcorrectie dat door een verkapte winstuitdeling niet door de belastingplichtige is ontvangen. De herinvesteringsreserve kan dus ook worden toegepast als de middelen bij een verkoop van een bedrijfsmiddel de onderneming hebben verlaten. De Hoge Raad volgt hierbij het advies van de Advocaat-Generaal. Wij lichten de situatie hieronder toe.

 

De casus

De belastingplichtige vennootschap verkoopt een aantal panden aan de kinderen van de aandeelhouder. Naar de mening van de inspecteur voor een te lage prijs, waardoor een winstcorrectie volgt. Het gevolg van deze winstcorrectie is tevens dat een verkapte dividenduitkering aan de aandeelhouder wordt geconstateerd. De vennootschap heeft immers een te lage koopprijs ontvangen en de winstuitdeling is het gevolg van de gecorrigeerde hogere verkoopprijs die in aanmerking wordt genomen. De belastingplichtige neemt het standpunt in dat deze winstcorrectie aan een herinvesteringsreserve kan worden toegevoegd. Volgens de inspecteur en het Hof Den Haag is dit niet mogelijk omdat de middelen de vennootschap hebben verlaten (eigenlijk nooit naar de vennootschap zijn gevloeid). Eerder berichtten wij over het advies van de advocaat-generaal (A-G), die van mening was dat dit feit niet doorslaggevend is, maar bekeken moet worden of een voornemen tot herinvestering bestaat.

Zoals wij al verwachtten, volgt de Hoge Raad het standpunt van de A-G. Ook indien het belastbaar resultaat ontstaat door een winstcorrectie, is vorming van een herinvesteringsreserve mogelijk. De Hoge Raad komt daarbij terug op een arrest uit 1970.

 

Gevolgen voor de praktijk

Het blijft van belang dat een voornemen tot herinvesteren aanwezig is. Wij raden aan om dit voornemen goed te documenteren, zodat daarover geen discussie kan ontstaan. Het is daarbij niet van cruciaal belang uit welke middelen de herinvestering zal plaatsvinden. Ook wordt met dit arrest duidelijk dat als een voornemen tot herinvestering bestaat, zelfs een herinvesteringsreserve kan worden gevormd voor het bedrag van een winstcorrectie door de Belastingdienst.

Verder merken wij op dat als er verschillende HIR’s gevormd worden, niet per sé de oudste HIR als eerste gebruikt hoeft te worden. Het is aan te raden de HIR’s zodanig in te zetten dat een zo groot mogelijk afschrijvingspotentieel blijft bestaan.

Mocht u hierover vragen hebben, neem dan vooral contact met ons op.

 

Meer informatie?

Martijn van der Kroon
+31 (0) 6 11 51 03 85
martijn.vanderkroon@cb-more.com

Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?

Neem contact op
Deze website maakt gebruik van cookies.
Annuleren