Hoge Raad: klein belang krijgt bedrijfsopvolgingsfaciliteit

Op vrijdag 22 april 2016 oordeelde de Hoge Raad dat een indirect gehouden aandelenbelang van (indirect) minder dan 5% toch voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) in aanmerking komt. Hieronder lichten wij de casus graag toe.

De BOF geeft een voorwaardelijke vrijstelling van schenk- of erfbelasting voor de overgang van ondernemingsvermogen. Aan deze vrijstelling zitten verschillende voorwaarden. Eén van de belangrijkste voorwaarden is dat sprake moet zijn van ondernemingsvermogen. Indien er sprake is van een holdingstructuur, mogen de vermogensbestanddelen van onderliggende vennootschappen worden toegerekend als sprake is van een zogenoemd indirect aanmerkelijk belang. Hiervan is bijvoorbeeld sprake indien de erflater (of schenker) indirect 5% of meer in de onderliggende vennootschap houdt. In dat geval mogen de vermogensbestanddelen van de onderliggende vennootschap (naar rato) aan de bovenliggende vennootschap worden toegerekend. Uiteindelijk moeten op die manier alle bezittingen van onder naar boven worden toegerekend aan de vennootschap waarin de erflater (of schenker) de aandelen houdt. Daarna wordt bekeken of en in hoeverre deze vennootschap met de eigen en toegerekende vermogensbestanddelen een onderneming drijft. Op dit ondernemingsvermogen mag dan de voorwaardelijke vrijstelling van de BOF worden toegepast. De bedrijfsopvolgingsregeling in de inkomstenbelasting (de doorschuiffaciliteit) kent een soortgelijke voorwaarde.

In deze casus was echter de vraag hoe moest worden omgegaan met een indirect aandelenbelang dan géén indirect aanmerkelijk belang vormde. De stelling van de Belastingdienst was dat dit nooit ondernemingsvermogen kon vormen. Wij (Martijn van der Kroon) hebben eerder in de fiscale vakliteratuur betoogd dat moet worden bekeken of een dergelijk klein aandelenbelang in het kader van de gehele onderneming wordt gehouden. Onze stelling was dat in dat geval toch sprake is van ondernemingsvermogen. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat dit uitgangspunt juist is. Dit betekent dat bij kleine indirecte aandelenbelangen onder voorwaarden ook de BOF kan worden toegepast.

Meer informatie over onze diensten bij bedrijfsopvolgingen vindt u hier.

Mocht u hierover vragen hebben, aarzel dan niet om contact met ons op te nemen.

 

Meer informatie?

Martijn van der Kroon
+31 (0) 6 11 51 03 85
martijn.vanderkroon@cb-more.com

Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?

Neem contact op
Deze website maakt gebruik van cookies.
Annuleren