Als buitenlander uw NL dividendbelasting terug?

Recent heeft de Hoge Raad in een drietal arresten geoordeeld dat buitenlandse particulieren en vennootschappen ingehouden dividendbelasting (gedeeltelijk) kunnen terugkrijgen, voor zover een Nederlandse particulier annex vennootschap minder belasting zou betalen.

Op basis van het Europese recht (de vrijheid van kapitaalverkeer) mogen buitenlandse gevallen niet zwaarder worden belast dan de vergelijkbare binnenlandse situatie. Daarom moet van geval tot geval beoordeeld worden of een vergelijkbare binnenlands belastingplichtige een lagere belastingdruk zou hebben. Als dat zo is, dient het verschil te worden gerestitueerd aan de buitenlandse particulier of vennootschap. (Met buitenlandse wordt bedoeld: niet-ingezetene van Nederland.) Het gaat in deze gevallen om portfoliodividenden (beleggingsdividenden). Van belang is op welke wijze de vergelijking moet worden uitgevoerd. Daarbij dient de belanghebbende actief een beroep te doen om teruggaaf te bewerkstelligen.

Voor particuliere beleggers moet bij deze vergelijking als vergelijkingsperiode uit worden gegaan van een kalenderjaar. Het heffingsvrije vermogen in box 3 mag volledig aan de Nederlandse aandelen worden toegerekend volgens de Hoge Raad. Hierdoor is sneller sprake van een teruggave van dividendbelasting. Een vraag die de Hoge Raad niet heeft beantwoord is in hoeverre schulden mogen worden meegenomen in de vergelijking. Eventuele vermogenswinsten worden bij de vergelijking buiten beschouwing gelaten. Voor de vergelijking is ook een belangrijke vraag in hoeverre de dividendbelasting in het woonland verrekend kan worden. Indien alsnog een hogere heffing resteert, kan om teruggave worden verzocht. Wij verwachten dat een verzoek tot verrekening tot vijf jaar na het einde van het betreffende kalenderjaar kan worden ingediend.

Voor de buitenlandse vennootschappen geldt het volgende. Binnenlandse vennootschappen zijn vennootschapsbelasting (tegen 20%/25%) verschuldigd over het ontvangen dividend na aftrek van kosten. Het is daarom afhankelijk van de vraag welke kosten in aftrek komen om te bepalen of de dividendbelasting van 15% over de dividenden hoger is dan de vennootschapsbelasting. De Hoge Raad (in navolging van het Europese Hof van Justitie) heeft geoordeeld dat enkel de kosten van de inning in aanmerking voor aftrek komen. Het lijkt erop dat de Hoge Raad het oordeel van het Europese Hof van Justitie volgt dat zowel de kosten van financiering van de aandelen, als het afboeken van meegekocht dividend niet in aanmerking kunnen worden genomen, omdat die kosten niet als kosten van inning van het dividend kwalificeren. In de praktijk zal dit naar onze verwachting betekenen dat over het algemeen geen teruggave voor buitenlandse vennootschappen mogelijk zal zijn.

Naar verwachting zal de staatsecretaris van Financiën binnenkort met beleid komen op welke wijze moet worden omgegaan met deze arresten. Daarna zal tevens een wetswijziging volgen, zo berichtte de staatssecretaris eerder.

Wilt u weten of er in uw geval recht op teruggaaf van dividendbelasting bestaat? Neem vooral contact met ons op!

Meer informatie?

Martijn van der Kroon
+31 (0) 6 11 51 03 85
martijn.vanderkroon@cb-more.com

Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?

Neem contact op
Deze website maakt gebruik van cookies.
Annuleren