Structuur willekeurige afschrijving goed opgezet en uitgevoerd?

In 2009 tot en met 2011 en in de 2e helft van 2013 was de tijdelijke regeling voor willekeurige afschrijving (TWA) van toepassing. Onder de TWA was versnelde afschrijving van kwalificerende bedrijfsmiddelen mogelijk. In deze jaren zijn verschillende structuren opgezet om de TWA te benutten voor branche eigen, maar ook branche vreemde investeringen. Vooral bij investeringen in (zee)schepen zijn deze structuren veelvuldig toegepast. In veel situaties is een zogenaamde ruling met de Belastingdienst afgesloten.

Onlangs heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan over een structuur die eind 2009 is opgezet. Belastingplichtige heeft 2 nieuwe BV’s opgericht die elk participeerden in een CV, waarbij elke CV een investering in een schip deed. De belastingplichtige kreeg een putoptie om de aandelen in de BV’s te verkopen tegen € 1 aan de achterliggende aandeelhouders van de andere participant in de CV’s. Daarnaast kwam belastingplichtige met de BV’s overeen om het fiscale voordeel van de TWA als formeel agio te storten, welk bedrag belastingplichtige terug zou mogen vorderen als dit voordeel uiteindelijk niet verkregen gaat worden. De CV’s zijn gefinancierd met leningen om de schepen te kunnen kopen. De belastingplichtige kan niet worden aangesproken voor deze leningen. De belastingplichtige verkoopt na enkele jaren de aandelen in de BV’s voor € 1. De rechtbank oordeelt dat een fiscale eenheid tussen belastingplichtige en de BV’s nooit tot stand is gekomen, vanwege de putopie, de overeenkomst ten aanzien van het fiscale voordeel van de TWA en vanwege het feit dat belastingplichtige nooit voor de leningen kon worden aangesproken. Dit betekent dat belastingplichtige het fiscale voordeel van de TWA niet kan benutten. Omdat deze zaak nog onder de rechter is, willen wij ons onthouden van uitgebreid inhoudelijk commentaar. Naar onze mening is echter wel wat kritiek te plaatsen bij de uitspraak van de rechtbank.

Wij zien echter dat de Belastingdienst veel aandacht voor deze structuren heeft. Daarbij gaat het niet alleen om situaties waar geen ruling met de Belastingdienst is afgesproken, maar ook om situaties waar deze wel is overeengekomen. Het is dan ook van belang dat u bekijkt of in uw situatie de structuur juist is opgezet en uitgevoerd, ook juist als er sprake is van een ruling. In het geval van een ruling zijn bijvoorbeeld de volgende vragen relevant: is voldoende informatie verstrekt aan de fiscus en zijn de voorwaarden van de ruling juist nagekomen?

Wij hebben ruime ervaring met het op juiste wijze opzetten en uitvoeren van deze structuren. Wij sparren daarom graag over uw situatie. Neemt u vooral contact met ons op!

Meer informatie?

Connie Roozen
+31 (0) 6 51 22 64 04
connie.roozen@cb-more.com

Benieuwd wat wij voor u kunnen betekenen?

Neem contact op
Deze website maakt gebruik van cookies.
Annuleren